Over ons

 

Ons familieverhaal begint met Jan-Baptiste Vande Woude (1827-1883). Als landbouwer huwde hij in 1868 met brouwersdochter Rosalia-Ludovica Comeyne (1841-1923). Samen met zijn echtgenote nam hij in 1878 de herberg-bierbrouwerij ‘Den Hert’ over van zijn schoonouders. Deze brouwerij werd in 1850-1851 gebouwd door Louis Comeyne (1806-1886) en Amelia Ghynnebeire (1798-1877) op de hoek van de Veurne- en Nieuwpoortstraat.  Pervijze had toen drie brouwerijen. Onze bieren dronk men in drie eigen herbergen, waarvan twee in Pervijze en één Oostkerke. 


Zeven jaar na de overname, in 1885, overleed Jan-Baptiste Vande Woude, waarna zijn weduwe en moeder van zeven kinderen de brouwerij voorzette. Zodra het kon, begonnen de broers Louis (1873-1944), Emiel (1873-1932), Romaan (1874-1856) en Victor Vande Woude (1880-1960), mee te werken in de brouwerij. Naast het bier brouwen investeerde men vanaf 1906 ook in de bouw van een bedrijfsmouterij. Deze nieuwbouw met typische ast werd opgetrokken in de Veurnestraat. Deze werd uitgebaat door de boers Emiel en Louis Vande Woude.


Hun jongere broer Victor (1880) kocht in 1913 aan weduwe Marie-Louise Bouckenaere-Devos (1837-1928) de brouwerij ‘De Dry Schichten’ in Brouwerijstraat aan. Deze brouwerij werd in 1846 opgericht door de notaris Felix Bernolet (1811-1865).  Na ruim 60 jaar werd de brouwerij den Hert definitief verlaten. Victor Vande Woude koos voor een nieuwe toekomst in een ruimere brouwerij. Hierdoor kon men de productie optrekken. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd zowel de mouterij als de brouwerij totaal vernield. In de heropgebouwde brouwerij werd de productie opnieuw opgestart in 1922.


Als brouwer besefte Victor Vande Woude dat hem de taak te wachten stond om de brouwerij ‘De Dry Schichten’ constant te moderniseren en aan te passen aan de noden van de tijd. Er werd ook overgeschakeld op flessenbier. In onze brouwerij werd drie tot vier maal per week gebrouwen.  Eén brouwsel bedroeg 48 hectoliter of 26 tonnen van 180 liter. Voor de Tweede Wereldoorlog brouwden we hoofdzakelijk bieren van hoge gisting en onze tafelbieren blond, bruin en Mars (blond). Vanaf 1950-1951 investeerden we ook verder in de productie van lage gistingsbieren. De bieren Pilsen en Bavière kwamen op de markt.

 

    

 

De toekomst van de brouwerij was verzekerd met André Vandewoude (1928). Hij trok naar de Hogeschool voor Gistingsbedrijven in Gent en behaalde in 1953 zijn diploma vakman in brouwerij en mouterij. De opgedane kennis werd omgezet in de praktijk.  In 1955 beslisten Victor en André Vande Woude om hun brouwactiviteiten definitief stop te zetten. Dit door de concurrentieslag met de grote brouwerijen en een tekort aan kwalitatief brouwwater.


De brouwinstallatie werd verkocht en ontmanteld in 1957-1958. De vrijgekomen ruimtes in de brouwerij werden benut als stapelplaats voor bieren en frisdranken. De brouwerij werd drankenhandel.  In 1960 trok Victor Vande Woude (1880-1960) zich terug. Hij liet de exploitatie van drankenhandel over in de handen van zijn zoon André Vandewoude (1928). In 1963 en 1966 werden twee stapelplaatsen bijgebouwd. Het oude brouwerijgebouw bleek te klein voor de bierhandel. Doorheen de jaren groeide onze drankenhandel en onze distributieactiviteiten. Tegenwoordig wordt de zaak voortgezet door twee zonen, Ignace en Vic Vandewoude, twee kleinzonen, Armin en Bruno Vandewoude en kleindochter Julie Vandewoude